Logo

THIJSSE'S HOF

Planten- en vogeltuin in het Bloemendaalsche Bosch

Natuur van deze maand

Geschreven door Rob van Dam

Mei

Bladerend in Jac. P. Thijsses Het vogeljaar stuit ik op iets merkwaardigs. In het jaaroverzicht waar het boek mee afsluit, ontbreekt de maand mei. Zegge en schrijve één bladzij draagt het opschrift ‘april-mei’, ten bewijze dat ook voor de stichter van onze Hof de kalender toch heus twaalf maanden omvatte, en hier en daar vinden we een terloopse vermelding van de ‘Meimaand’. Wat is hier aan de hand? Misschien is de verklaring gelegen in de volgende opmerking uit Het wandelboekje, het charmante zakboekje met de ronde hoeken dat Thijsse samen met de grote Eli Heimans schreef en dat ons nu, ruim een eeuw nadat het verscheen, een bijkans sprookjesachtig beeld schetst van de natuurlijke rijkdommen en schoonheid van ons land rond 1900.

De Kalender-Mei is in ons land niet altijd ‘de lieve Mei’, en ‘maakt’ ook niet ‘ieder blij’, maar stelt er velen teleur (…). De echte Mei, de natuur-Mei, de beroemde bloem- en vogel- en vlindermaand van West-Europa, komt soms pas in Juni of is er in April al geweest; ook wel verdeelt ze zich over alle drie kalendermaanden April-Mei-Juni.

Aha, de typische meimaand, droombeeld van biologen en dichters en al degenen die uitzien naar het moment dat ook bij henzelf de vitaliteit weer door de aderen bruist, Schuberts ‘schöne Monat Mai’, dat is een bedenksel, een ideaal! ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’, desnoods tegen beter weten in. Hier stuiten we dus op de bedrieglijkheid van het voorjaar, die mensen melancholiek kan stemmen. Koekoek!

Hoe het zij, ons bloed gáát bruisen op een mooie meidag. Niet zozeer om die ene plant of die bijzondere vogel, maar vanwege de mateloze rijkdom van het seizoen. Een hoorn van overvloed wordt over ons uitgestort en we weten niet waar we moeten beginnen. De stinsenplanten zijn nu grotendeels uitgebloeid, maar wat een weelde aan nieuwe bloemen dient zich aan! Zelf houd ik erg van Look-zonder-look, in al zijn eenvoud een voorbeeld van stoere elegantie, een plant met prachtig blad. En bekijk de bescheiden grassen eens, die gaan nu ook bloeien, zo sierlijk. Langs de vijver vindt u de Gele Lis. De vlinders nemen snel in aantal toe. Ik zie elk jaar uit naar het Icarusblauwtje, even mooi als zijn naam. Dan de vogels: sommige al druk in de weer met de zorg voor hun jongen, andere op het nest, weer andere nog volop zingend. Nu het voorjaar vordert, zijn ze vanwege het gebladerte minder goed zichtbaar dan eerst, maar richt uw blik dan ook daar maar eens op, op die onwaarschijnlijke zee van lover met zijn vormenrijkdom en zijn ‘tweehonderd soorten groen’ (zoals de mooie tentoonstelling van botanische tekeningen heet die u nog tot 12 mei in Teyler’s Museum kunt gaan zien).

Ach, de meimaand, ons bruisende bloed en dat vleugje weemoed, het gevoel te herleven zoals de bomen lijken te doen. Philip Larkin begint zijn gedicht ‘The Trees’ als volgt:

The trees are coming into leaf
Like something almost being said;
The recent buds relax and spread,
Their greenness is a kind of grief.

Hij weet wel dat een wedergeboorte slechts een schone droom is en toch eindigt hij met hoopvolle regels, waarin we de volle bladerkronen horen ruisen:

Last year is dead, they seem to say,
Begin afresh, afresh, afresh.

April

Pasen valt laat dit jaar. Dat komt door de kerkelijke kalender, die wil dat Pasen valt op de eerste zondag na de eerste volle maan na het begin van de lente. Het Engels spreekt van een “movable feast”, want anders dan met kerstmis varieert de datum, van 22 maart tot en met 25 april. Op tweede paasdag wordt op Thijsse’s Hof in samenwerking met het IVN de jaarlijkse Stinzenplantendag gehouden. Dit jaar dus op 22 april, best laat voor die doorgaans vroege bloeiers. Maar goed, er zullen talloze planten in bloei staan, want lente is het dan volop, en niet alles wat bloeit hoeft een stinzenplant te zijn, toch? Elders op deze website en ook op onze Facebookpagina vindt u het programma van de dag.

In de tweede helft van april biedt de Hof u naast alle bloemen nog een andere attractie: de vogels. Niet voor niets heten we officieel “Planten- en vogeltuin in het Bloemendaalsche Bos”. In geen andere maand komen er zoveel zomergasten Zuid-Kennemerland binnen als in april. Dus ook bij ons! Ze slaan algauw aan het zingen en doordat de bomen nog niet vol in blad staan, zijn ze tamelijk gemakkelijk te zien. In “Het vogeljaar” stond Jac. P. Thijsse hier al bij stil: “April mocht in plaats van Grasmaand wel Vogelmaand heten. Negen tienden van de inlandsche vogelwereld kunt ge in deze maand ontmoeten: wintergasten die nog toeven, doortrekkers op de lentereis, sterke zomervogels, die durven komen nog voordat de bomen bebladerd zijn, terwijl in het laatste van de maand de tederder soorten hun intocht doen.” Zo schreef hij in 1904 en zo is het gelukkig nog steeds.

Nu vertonen natuurlijk niet al die vogels zich in onze Hof. Het Visdiefje, dat gemiddeld op 1 april in onze contreien terugkeert, hoeft u niet te verwachten. Maar de Zwartkop (4 april) zeker wel, terwijl de Tjiftjaf (11 maart) er dan allang is. En u zult de vertrouwde gasten horen, de Merel en het Winterkoninkje en diverse Mezen en al het andere kleine grut. In het vogelhuisje voor de ingang van het instructielokaal zit tegen die tijd vast de Koolmees weer te broeden. Binnen kunt u de beelden van de webcam bewonderen, en als u dan goed kijkt, zult u tevens het portret van onze naamgever en stichter ontdekken, die daar hoog in de boom over het broedsel waakt. Vergeet trouwens niet af en toe uw hoofd in de nek te leggen. Scheert daar niet een Boerenzwaluw over? En daar, is dat geen Bruine Kiekendief? Ook de vijver kent zijn vaste bezoekers. Jaar in, jaar uit broedt er de Meerkoet, en vaak staat de Blauwe Reiger er op de uitkijk (al zal de paasdrukte hem waarschijnlijk te veel zijn). Met wat geluk ziet u een IJsvogel.

Soms valt de vogelrijkdom in april tegen. Een koude noordenwind zorgt dan voor vertraging. Maar het omgekeerde kan ook, dan zorgt een golf warme lucht recht uit de Sahara voor een massale vervroegde aankomst. Hoe het ook uitpakt, in april zit Thijsse’s Hof vol vogels, zowel vluchtige bezoekers als broeders, van wie we de afgelopen jaren maar liefst 24 soorten hadden. In de aanloop naar mei maken al die dieren zich enorm druk. De lente is immers geen idylle. Alles wat na de winter tot nieuw leven wordt gewekt, moet zich zien te handhaven en voort te planten. Er woedt een verbeten strijd. Het is erop of eronder. Koos van Zomeren schreef “De lente een slagveld” en dat boek mag dan over het voorjaar in de bergen gaan, die titel geldt ook bij ons. En begon T.S. Eliot zijn beroemde “Waste Land” niet met de dreigende regel “April is the cruellest month”? Wij mensen ervaren de lente desondanks als een feest, en doen dat ook weer niet zonder reden. Laten we dus vooral genieten.