Thijsse's Hof in januari

05/01/2017

De donkere dagen zijn voorbij. Het licht keert nu dagelijks steeds meer terug. “De dagen lengen” heet dat. De officiële winter is begonnen en zal tot ver in maart doorgaan. Oud en nieuw  zijn gepasseerd. Ekke en ik wensen al onze trouwe lezers van harte een mooi en gelukkig 2017 en veel vreugde met de natuur.

Wat voor weer het ook is, deze en volgende maand is het de tijd om bij huis de vogels te voeren. Niet natuurlijk de kraaien en de meeuwen. Die geven dan veel overlast en zij vinden, ook in karige tijden, hun kostje beslist wel. Maar de kleintjes, de mezen, de roodborstjes, winterkoninkjes, heggenmusjes, mussen, spreeuwen, vinken, boomklevers en soms spechten kunnen uw steun met zaad, vetbollen, pindaslingers, potjes pindakaas, of gewoon de schillen van de appels heel goed gebruiken. Allerlei duiven trouwens ook.

Maak uw voerplaats veilig voor de vogels. Richt ze in op een plaats waar in de omgeving bosjes of struiken zijn waar ze kunnen schuilen tegen gevaar, bijvoorbeeld van roofvogels.

Vooral doen, want is een genot om naar te kijken.

In Thijsse’s Hof hebben we bij het Instructielokaal ook een voerplaats. Altijd druk bezet. Kom maar eens op onze openingstijden, zie www.thijsseshof.nl , naar de Hof (Mollaan 4, 2061 BD Bloemendaal), om het spektakel te zien. Met een beetje geluk treft u ook wel iemand die u wat over de vogeltjes kan vertellen. Kinderen en kleinkinderen vinden  het ook geweldig!

De kerstbomen zijn nu afgedankt. Ze hebben hun taak volbracht en worden verwerkt tot houtstrooisel of compost of ze worden opgestapeld tot grote brandstapels die, onder toeziend oog van de brandweer, voor vreugdevuren zorgen.

Januari is de maand waarin men beter niet kan zaaien of snoeien. Eigenlijk zou de zomerprei nu gezaaid kunnen worden en als u echt wilt snoeien zou het met de knotwilgen kunnen. Verder niet doen want bij wat vorst kunnen de snoeiwonden invriezen met alle schade van dien. Met struiken en bomen planten zou ik ook nog maar een maandje wachten.

Waar u deze maand ook gaat wandelen in Zuid-Kennemerland, het moet wel gek gaan als u tussen de kale boel niet ergens het mooie winterse groen van een conifeer tegen komt. Met die coniferen wil ik u wat nader laten kennis maken.

Over de hele wereld zijn er meer dan 600 soorten coniferen. In ons land staan ze in tuinen, parken en bossen. Een enkele keer worden ze verzameld in een speciaal daarvoor aangelegd park, een Pinetum. U kent onze coniferen als sparren, cipressen, ceders, thuja’s, jeneverbessen, taxussen en dennen. Ze zijn over het algemeen altijd groen, hebben naalden in plaats van bladeren en vruchten in de vorm van kegels of appels.

We beperken ons nu even tot sparren en dennen. Om daar goed onderscheid tussen te maken moet u naar de naalden kijken. Bij sparren zitten die afzonderlijk aan de tak en zijn ze plat of drie- of vierhoekig. Bij de den zitten de naalden met twee bij elkaar en zijn ze rond.

Bekende sparren zijn de fijnspar en de blauwspar. Onze kerstbomen, ook de Nordmann, zijn sparren.

Hier in onze duinstreek zijn vooral dennenbossen aangeplant. Dat werd in de negentiende eeuw gedaan om zandverstuiving tegen te gaan. Men koos daarvoor twee ondersoorten van de zwarte den, de Oostenrijkse den (zie de foto van de Dennenheuvel in de Hof) en de Corsicaanse den. Daarnaast ook de inheemse soort de Grove den, ook wel vliegden genoemd. Het hout van de Grove den werd veel gebruikt als stutten in onze Limburgse mijnen.

Nu maar lekker er op uit om dat allemaal te gaan bekijken.

 

Willem Holthuizen (tekst) en Ekke Wolters (foto),

rondleiders in Thijsse’s Hof.