Thijsse's Hof in februari

02/02/2017

De eerste twee weken van deze maand komen de schoolkinderen van de groepen 6 uit onze streek naar het Instructielokaal van de Hof om veel over vogels te leren. Hoe zit hun verenpak in elkaar, hoe gebruiken de verschillende soorten hun snavels en poten om voedsel te vangen en het op te eten. Dan kunnen ze meteen naar buiten kijken naar de bedrijvigheid op onze voerplaats en zien beslist het pimpelmeesje aan een vetbol hangen (foto) of een van onze eekhoorns aan de klaar gelegde nootjes knabbelen.

Wilt u ook een keer komen kijken? Op de zondagen 5 en 12 februari zijn we van 11.00 tot 14.00 uur speciaal voor u open. Onze website www.thijsseshof.nl  geeft u meer informatie.

Onder de vele soorten vogels die in de Hof (Mollaan 4 te Bloemendaal) te zien zijn kunt u met de merel beslist goed kennismaken. Op de voerplaats zie je hun bazig gedrag naar de andere soorten en  kunt u ook hun onderlinge relaties, de pikorde, goed bekijken.

Merels zijn van de familie van de lijsterachtigen. Daarvan zijn in onze streek, en dan vooral in de duinen, nu twee buitenlanders te zien. De koperwiek en de kramsvogel. Allebei komen ze hier overwinteren vanuit het hoge noorden. In onze winterse duinen leven ze vooral van vruchten. Bessen van de duindoorns zijn hun favoriet.

De koperwiek vind ik van allebei de mooiste. Met hun heldere oogstreep, de opvallende roodkoperen kleur aan hun vleugels, de donkere spikkels op hun borst en het haastige “srie-srie”- geroep als ze in troepen langs vliegen, zijn ze niet te missen. Linnaeus, die vele vogels van hun Latijnse namen voorzag, noemde ze Turdus musicus. De lijster die muziek maakt. Eigenlijk maakte hij met die naam een vergissing. Maar dat kwam omdat hij in Zweden woonde en onze zanglijster (Turdus ericetorum, de lijster die zich steeds weer herhaalt) nog niet kende. Die zingt veel uitbundiger en mooier en zou volgens mij de naam musicus eerder verdienen. De zanglijsters beginnen, rustig aan, deze maand al weer met zingen.

Dat doen trouwens ook de bosuilen. Tegen de schemering en bij heldere nachten hoort u ze in het bos zeker. Het is een zwaar, ver klinkend “hoe-hoe-hoe”, gevolgd door een lang aangehouden, beverig klinkend “oe-oe-oe-oe-oe-oe”. Eind deze maand zitten ze in hun boomholen op 3 tot 4 eieren. De daaruit komende jongen kunnen ze in maart prima voeden met muizen en af en toe een klein vogeltje.

De kramsvogel vindt u in de duinen. Maar in een appelboomgaard komen ze ook heel graag even om van het overgebleven en afgevallen fruit te eten. Je ziet ze in troepen. Ze zijn groter dan de koperwiek, lopen fier rechtop en lijken als ze vliegen een beetje op een duif. Dat komt ook door hun kleuren. Ze hebben een lichtgrijze kop en stuit, een kastanjebruine rug en een bijna geheel zwarte lange staart. Hun opvallende roep is een luid en scherp “tsjak-tsjak-tsjak”en heeft ze daarom de bijnaam” tsjakker” gegeven. Ze komen veel in Scandinavië voor, broeden daar in kolonies vaak met koperwieken in de nabijheid. Echt een leuke vogel. Let er maar eens op!

De komende lente kondigt zich deze maand al duidelijk aan. Allerlei bolgewassen, waarvan het sneeuwklokje de bekendste, komen boven de grond. De hazelaar heeft bloeiende katjes evenals de elzen en de toverhazelaar.  Met een beetje wind zit de lucht vol met hun stuifmeel. Dus hooikoortspatiënten kunnen er flink last van krijgen. Ook de taxus kan al flink stuiven.

In de tuinen bloeien de gele winterjasmijn en de eveneens gele winterakoniet. Allemaal  voorboden van de naderende lente. Thijsse zei altijd dat als de winter er is, het voorjaar al volop bezig is zich klaar te maken om uit te barsten. Wie goed oplet zal dat beamen.

 

Willem Holthuizen (tekst) en Ekke Wolters (foto)

nog altijd bezig met Thijsse’s Hof.

Foto: een pimpelmeesje dat bengelt aan een vetbol die in Thijsse’s Hof hangt