Thijsse's Hof in december

01/12/2016

De afgelopen tijd is er flink gewerkt in de Hof. Een  aantal veel te groot geworden bomen is gerooid. Dat was dringend nodig omdat de kruidlaag, waar onze beroemde stinsenplanten in het voorjaar te bewonderen zijn, wegens gebrek aan toetredend daglicht hard achteruit ging. Schrikt u dus niet van de open plekken in onze begroeiing, het wordt alleen maar mooier. Thijsse zou heel tevreden zijn geweest met dit begin van de verjonging van het bos in zijn Hof. Het begin, want er zal de komende jaren nog veel meer moeten worden gerooid en uitgedund. Op www.thijsseshof.nl kunt u er meer over lezen.

Momenteel is er best wat te zien in onze Hof. De kardinaalsmuts heeft vast een paar besjes en er zijn ook nog rozenbottels en meidoornbessen te vinden. Bijzonder vind ik dat de gevlekte dovenetel zo lang blijft bloeien. Op veel plekken ziet u de witte, lila en paarse bloemen. Ook zijn er nog paddenstoelen, vooral op dood hout.

Eigenlijk is de Hof, Mollaan 4 in Bloemendaal, juist in dit seizoen een prachtige afspiegeling van de “grote” natuur.

In november riep ik u op te gaan wandelen. Vooral in onze bossen. Nu is het tijd voor sportieve duinwandelingen.  Het open duin van Middenduin met de Zanderijvaart en de duinen achter de Blinkerd bij Kraantje lek, allebei in Overveen, zijn ideaal. Voor grotere, urenlange tochten waar je tot bij de zeereep kunt komen, ga je naar de Amsterdamse Waterleidingduinen of het Nationaal Park Zuid Kennemerland ten noorden van de Zeeweg.

Wat hebben we toch een grote rijkdom aan natuur hier om ons heen. Laten we er zuinig op zijn en de beheerders van al die terreinen de ruimte geven voor een goed en verantwoord beheer zodat de rijkdom aan soorten, of het nu planten, dieren, vissen, vogels of insecten zijn, behouden blijft.

Maar goed, u loopt door het duin. Misschien treft u het en passeert, als het gaat schemeren, een konijntje (zie foto) uw pad.

Thijsse hield niet van konijnen. Ze horen tot de 3 K’s waar hij een hekel aan had: katten, konijnen en kwajongens. Gelukkig wist hij met die kwajongens goed raad en toverde hij hen, met zijn bezielende verhalen over de natuur, vaak om tot natuurliefhebbers en –beschermers.

Maar over het konijn (Oryctolagus cuniculus) schreef hij rond 1940 in de Heemschut serie:  “Een alleraardigst dier, een onderhoudende stoffage van het landschap, een allerinteressantste levensgeschiedenis vol schilderachtige momenten, een gerieflijk jachtobject, een lekker boutje.…en bovendien een dier met een groot vermenigvuldigingsvermogen. Maar juist daarom kunnen wij het in onze duinen volstrekt niet dulden….De duinen hebben van de konijnen niets dan schade, en wel zeer grote ook.”

Tot halverwege de jaren vijftig van de vorige eeuw waren de konijnen met velen. Niet alleen in de duinen, maar op bijna al onze zandgronden, op spoordijken en op begraafplaatsen. Daarna werden ze getroffen door twee virusziekten. Rond 1954 door myxomatose sedert de eeuwwisseling gevolgd door het rabit haemorrhagic disease. Beide, steeds weer terugkerende ziekten, en het alsmaar groter wordende aantal vossen, decimeren nog steeds de stand van het konijn.

Konijnen graven holen met grote gangenstelsels waarin ze met 20 tot 30 exemplaren in een groep wonen. Ze eten plantaardig voedsel. Grassen, jonge loten van bomen, allerlei kruiden waaronder het veel voorkomende tijm, knollen, boombast en kool. Ook hun eigen keutels, bij wijze van een soort herkauwen. Jongen worden van eind maart af tot in augustus geboren, dus niet het hele jaar door, zoals bij tamme konijnen.

We hebben nu minder konijnen en door hen nauwelijks nog schade aan de begroeiing. Maar de mens wist raad. Nu hebben we damherten die veel intensiever en werkelijk alles kaalvreten.

Gelukkig brengt een konijnenpootje nog steeds geluk. Geniet er van!

 

Willem Holthuizen (tekst) en Ekke Wolters (foto),

rondleiders in Thijsse’s Hof.

Foto: het Duinkonijn